Verhaal voor de kinderen- Een versgebakken broodje

Verhaal  voor de kinderen    (om zelf te lezen of voor te lezen.) 

Stel je voor dat je tweeduizend jaar geleden leefde.

Je woonde in een heel ander soort huis, je droeg heel andere kleren en je speelde vast ook met andere dingen dan lego, barbies of je spelcomputer.

En als je naar de kerk ging?

‘Mam, waar is het collectegeld?’                                                                                 

Geld? Welnee. Collectezakjes kwamen toen in de kerkdienst nog niet langs.

Er was geeneens een collecte!

De mensen namen gewoon iets van huis mee naar de kerk.

En vlak voordat ze avondmaal gingen vieren, werden die spullen naar voren gebracht.

Daar kon dan van gegeten en gedronken worden.

Eigenlijk komt onze gewoonte om te collecteren in de kerk daar vandaan.

In plaats van geld gaven de mensen wat te eten aan de kerk. Dat deden ze bij het avondmaal.

Want dan vieren we dat Jezus voor ons stierf en opstond uit de dood.

Daar waren de mensen God zo dankbaar voor, dat ze iets terug wilden doen.

Uit dankbaarheid namen ze dus wat van thuis mee om bij het avondmaal te eten. Alles wat wij hebben, heeft God toch zeker gegeven?

Dus geven ze het Hem uit dankbaarheid terug. En als er wat over is?

Dat gaat naar andere mensen toe, mensen die zelf niet zoveel hebben  of naar mensen die echt arm zijn.                          

Daar gaat het dus nu bij ons ook om als we iets meenemen naar de kerk. Tweeduizend jaar geleden nam je een kruikje wijn mee en een broodje.

Nu collectegeld. Maar het is allebei uit dankbaarheid aan God.

En het wordt meteen voor Hem gebruikt. Bij het avondmaal. Of door het aan de naaste te geven.

Want zó staat het in de bijbel:

Gij zult de Here uw God liefhebben en uw naaste als uzelf.

 

Agenda

Geen evenementen

Dagelijkse bijbeltekst

  • Maar u, geliefde broeders en zusters, moet uw leven bouwen op het fundament van uw zeer heilige geloof. Laat u bij het bidden leiden door de heilige Geest, houd vast aan Gods liefde, en zie uit naar de barmhartigheid van onze Heer Jezus Christus, die u het eeuwige leven zal schenken. -- Judas 1:20-21