Stille zaterdag

Stille Zaterdag (naar Jesaja 54: 4-14)
 
Jezus ligt in het graf. Daar waar al het leven eindigt, doodloopt. Jesaja richt zich in zijn
profetie tot mensen die zijn doodgelopen. Alles is hen uit handen geslagen en van God
ervaren ze niets. Maar midden in die situatie klinken nieuwe woorden van God: er is
toekomst, nieuwe hoop. God zegt: ‘Ik zal me weer over jullie ontfermen. Met open
armen ontvang ik jullie. Ik houd vast aan mijn beloften, ik ben trouw aan mezelf.’ Gods
liefde is oneindig en Zijn verbond onwankelbaar. Daarom is Stille Zaterdag een dag om
in vertrouwen vooruit te kijken. Want het kán niet zo zijn dat dood, ellende, chaos en
verdriet het laatste woord hebben. Gods liefde heeft het laatste woord.
Er is hoop –voor Israël en de volkeren.
 
(Uit: Alles komt goed?!, Veertigdagentijd, PKN)
Als suggestie bij deze dag wordt, door de bedenkers van het Veertigdagentijdproject,
aangegeven een stukje over de plaatselijke begraafplaats te lopen en daar op zoek te
gaan naar tekenen van hoop.
Eén zo’n teken van hoop zouden we graag samen met u willen maken. Vanaf
zaterdagmiddag 16 april, staat het ‘gazen’ kruis tegen de muur van de St. Vitus. Na
Goede Vrijdag wordt het Pasen, na het donker komt het licht! Dit willen we laten zien
door het kruis op te vullen met bloemen. U kunt hiervoor zelf bloemen meenemen,
maar er zullen ook bloemen aanwezig zijn. Ook op eerste paasdag is er nog de
mogelijkheid om bloemen mee te nemen en het kruis er mee op te vullen. Helpt u mee?
 
Van donker naar licht, van zwart naar heel veel kleuren.
Met Pasen kun je verder gaan want Jezus is opgestaan, de dood voorbij.
Het leven krijgt weer kleur voor jou en mij.
 
Namens de Commissie Erediensten
Hennie Lindeboom

Agenda

Geen evenementen

Dagelijkse bijbeltekst

  • Zo kan hij ieder die door hem tot God komt volkomen redden, omdat hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten. Een hogepriester als hij hadden we ook nodig, iemand die heilig, schuldeloos en zuiver is, van de zondaars afgescheiden en ver boven de hemel verheven. -- Hebreeen 7:25-26