De Schakel

 

Leven Lukt niet alleen.
 
Mensen verdringen elkaar in het verkeer.
Ze staan dicht opeengedrongen
voor het voetgangerslicht,
in de lift van de flat,
bij de kassa’s van de supermarkten.
Heel dicht bij elkaar.
En toch ontmoeten zij elkaar niet.
Ze kennen elkaar niet.
Ze kijken elkaar niet aan,
ze spreken geen woord met elkaar.
Alsof iedereen van de ander denkt:
`Jij bent lucht voor mij.`
Veel mensen leven tegenwoordig alleen.
Om zeer verschillende redenen.
Sommigen verlangden ernaar te kunnen leven
zoals ze zelf wilden, ongebonden,
zonder rekening te hoeven houden met medemensen.
Anderen deden in het verleden slechte ervaringen op,
ze willen nu met rust gelaten worden en hun eigen weg gaan.
Weer anderen hebben niemand gevonden die tegen hen zei: `laten we
samen door het leven gaan.`
Iedere mens is ergens alleen.
Niemand steekt nu eenmaal in de huid van de ander.
Nooit denkt en voelt hij precies hetzelfde als andere mensen.
zelfs in de intiemste relaties blijft er een pijnlijke afstand bestaan.
En toch verlangen wij naar een liefdevolle relatie.
Naar mensen die ons aankijken,
die ons graag mogen en begrijpen.
Hen willen we in de ogen kijken, want onszelf kunnen wij dat niet.
Tot hen willen we ons richten.
Hen willen wij helpen, en we hopen dat ook zij ons niet alleen laten
wanneer wij hen nodig hebben.
Leven lukt niet alleen.
Geen auto komt vooruit zonder dat we schakelen.
Alleen leven brengt niets op gang,
we moeten overschakelen: naar ontmoetingen.
Kom, kijk anderen vriendelijk aan!
Open de deur van je hart,
waag een eerste woord, spreek je medemensen aan.
menigeen wilde ook allang met jou praten!
 
 
Door Phil Bosmans en Ulrich Schutz uit ‘Van harte leven met de seizoenen’.
David en Elske Oldewarris geven de Schakel door aan Folkert Jan en Hanneke de Jong
Oldewarris
 
 

Agenda

Geen evenementen

Dagelijkse bijbeltekst

  • Volg de weg van Christus Jezus, nu u hem als uw Heer aanvaard hebt. Blijf in hem geworteld en gegrondvest, houd vast aan het geloof dat u geleerd is en wees vervuld van dankbaarheid. -- Kolossenzen 2:6-7